Eerder dit jaar hebben wij je geïnformeerd over de voorgenomen invoering van de pseudo-eindheffing voor auto’s met een verbrandingsmotor vanaf 1 januari 2027. Inmiddels zijn in het kader van het Belastingplan 2027 aanvullende voorstellen gepubliceerd. Daarom informeren wij je graag over de belangrijkste ontwikkelingen en de mogelijke gevolgen voor jouw organisatie.

Pseudo-eindheffing voor niet-emissievrije auto’s

Vanaf 1 januari 2027 krijgen werkgevers mogelijk te maken met een extra belastingheffing wanneer een werknemer een niet volledig emissievrije personenauto ook privé mag gebruiken. Voor deze heffing wordt uitgegaan van 12% van de cataloguswaarde van de auto. Ook woon-werkverkeer telt hierbij mee als privégebruik.

Met deze maatregel wil de overheid het gebruik van volledig elektrische auto’s binnen het zakelijke verkeer stimuleren. Voor organisaties met meerdere benzine-, diesel- of hybride auto’s kan dit leiden tot merkbare extra kosten.

Voorgestelde uitzonderingen en aanpassingen

Om de regeling beter uitvoerbaar te maken, zijn verschillende versoepelingen voorgesteld.

Bestaande auto’s langer uitgezonderd

oor auto’s die al vóór 1 januari 2027 aan een werknemer beschikbaar zijn gesteld, geldt een overgangsregeling. Het kabinet heeft voorgesteld deze regeling te verlengen tot en met 31 december 2030. Hierdoor blijven bestaande situaties langer buiten de reikwijdte van de pseudo-eindheffing.

Vervangend vervoer bij onderhoud of schade

Wanneer een auto tijdelijk uitvalt vanwege onderhoud, reparatie of schade, kan een vervangende fossiele auto gedurende maximaal 14 aaneengesloten dagen worden ingezet zonder dat direct sprake is van de pseudo-eindheffing. Hiermee wordt voorkomen dat een korte vervangingsperiode direct fiscale gevolgen heeft.

Incidenteel gebruik

Daarnaast wordt gewerkt aan een uitzondering voor situaties waarin een fossiele auto slechts gedurende een beperkte periode wordt gebruikt. De precieze voorwaarden moeten nog worden vastgesteld.

Rijlesvoertuigen

Voor handgeschakelde lesauto’s wordt een afzonderlijke uitzondering voorgesteld. Daarmee wordt rekening gehouden met de specifieke praktijk binnen rijscholen.

Aanpassingen in de Youngtimerregeling

Ook de regels voor youngtimers worden aangepast. Waar eerder was voorzien dat de leeftijdsgrens vanaf 2027 direct naar 25 jaar zou gaan, stelt het kabinet nu voor deze verhoging stapsgewijs door te voeren. De grens komt daarmee op 17 jaar in 2027 en vervolgens op 20 jaar vanaf 2028.

Daarnaast is overgangsrecht voorgesteld voor voertuigen die uiterlijk op 31 december 2025 al ter beschikking waren gesteld en die in 2027 aan de nieuwe voorwaarden voldoen. Hierdoor kunnen deze auto’s gedurende 2027 mogelijk nog onder de bestaande youngtimerregels vallen.

Deze wijzigingen zijn vooral van belang voor werkgevers en werknemers die gebruikmaken van oudere auto’s waarbij de fiscale bijtelling wordt berekend over de actuele waarde van het voertuig in plaats van de oorspronkelijke cataloguswaarde.

Ons advies

Hoewel de voorgestelde aanpassingen op enkele punten verlichting bieden, blijft de invoering van de pseudo-eindheffing naar verwachting een belangrijke kostenfactor voor veel werkgevers.

Wij adviseren daarom om tijdig inzicht te krijgen in:

  • De samenstelling van het huidige wagenpark;
  • Leasecontracten die doorlopen na 1 januari 2027;
  • Auto’s die mogelijk onder een overgangsregeling vallen;
  • De verwachte financiële gevolgen van de nieuwe heffing;
  • De impact van de gewijzigde youngtimerregels.

Wij ondersteunen je graag bij het in kaart brengen van de gevolgen voor jouw organisatie en het maken van toekomstbestendige keuzes binnen jouw mobiliteitsbeleid. Heb je vragen of wil je de situatie binnen jouw wagenpark laten beoordelen? Neem dan gerust contact met ons op.

Petra Klein Rot, Manager Salaris & Advies